De Sterrenburger verschijnt zes keer per jaar in Sterrenburg I, II en III. De redactie bestaat uit een gedreven groep mensen die de zaken heel precies en grondig aanpakt. Ze willen er zeker van zijn dat hun informatie klopt. Er zijn zes journalisten, twee eindredacteurs, twee opmakers, een fotograaf, een cartoonist en een hoofdredacteur die ook de column schrijft. Een wat grotere groep dus, heel betrokken bij hun wijk en wat daar gebeurt. Ze hebben goede contacten met belangengroepen en instellingen uit de wijk en beschikken altijd over up-to-date-informatie. Daardoor is De Sterrenburger een leuke, gevarieerde krant met veel informatie over de wijk.
Tineke Klippel, hoofdredacteur: “Het schrijven is minder geworden, maar dat komt doordat ik nu hoofdredacteur ben. De column schrijf ik nog wel. En verder redigeer ik veel. Van opmaken of fotografie heb ik geen kaas gegeten, maar dat hoeft ook niet. Bij onze redactie zitten mensen die heel goed weten waar ze mee bezig zijn. De redactie is ook heel trouw. Ze zijn er allemaal al jaren bij en de sfeer is bijzonder prettig. Ik denk dat je dat aan de krant kunt zien. We worden steeds kritischer, correcties zijn er bijna niet meer.”
Mevrouw Bogaard woont al langer in Sterrenburg dan de krant bestaat. Maar sinds de wijkkrant verschijnt, leest ze hem van A tot Z. “Vooral de Mol van Sterrenburg vind ik erg leuk. En natuurlijk de column, die lees ik altijd eerst. En dan de rest. Ik woon hier graag dus vind ik het interessant om te weten wat er in de omgeving speelt. Nieuwe dingen die gebouwd worden of over het winkelcentrum. In de krant staat altijd een goed overzicht van wat er te doen is.”
Rob Uijtterlinde, opbouwwerk: “De wijkkrant zie ik als een uitlaatklep van de bewoners. De Sterrenburger wordt niet besmet met nieuws van de gemeente. Het gaat puur over de wijk en het nieuws wordt positief gebracht, niet provocerend. De redactie zie ik regelmatig, het is een hechte groep die heel serieus met de krant bezig is. Ze verzetten echt heel veel werk. En het functioneert prima, de wijkmanager krijgt voldoende ruimte en de jongerenwerker ook. Lopende campagnes worden goed opgepakt.”